Nieuw leiderschap van 2000 jaar geleden

nieuw leiderschap


Managen is uit, faciliteren is in.

Sturen is uit, een visie hebben is in. 
Alle beslissingen zelf maken is uit, het laten gebeuren is in.
Een hiërarchie in je bedrijf hebben is uit, zelfsturende teams hebben is in. 

Tegenwoordig hoor je veel over allerlei vormen van ‘nieuw leiderschap’. Deze term bestaat uit twee woorden (ik neem aan dat ik hiermee nog niks nieuws onthul). Het tweede woord is ‘leiderschap’. Een leider is namelijk heel iets anders dan een (traditionele) manager. We gebruiken manager en leider vaak door elkaar maar als je goed kijkt zie je toch duidelijk een totaal ander persoon. Kijk bijvoorbeeld maar eens in je vriendengroep. Een groep zonder afgesproken hiërarchie en toch is er vaak een natuurlijk leider aanwezig. Deze persoon vraagt er niet om, om de touwtjes in handen te hebben want dat hoeft een leider ook helemaal niet, maar heeft wel het vertrouwen van de groep om te leiden. Een leider zijn komt van binnenuit. Het zijn van een manager kan je leren.

Het eerste woord van de term ‘nieuw leiderschap is nieuw. We vinden het namelijk fijn om iets als nieuw te bestempelen want dan klinkt het alsof het beter is dan daarvoor. Denk maar aan een willekeurige wasmiddel reclame. Nieuwe formule om uw was stralend wit te krijgen. Nieuw is beter. Maar we weten natuurlijk allemaal dat nieuw vaak een marketingterm is. Is je was nu echt veel schoner dan daarvoor? En zo is het ook met het woord nieuw in de term ‘nieuw leiderschap’. Echt nieuw is de gedachte namelijk niet. Het is zelfs totaal niet nieuw. Meer dan 2000 jaar geleden hadden ze al van nieuw leiderschap gehoord. Een van de grondleggers van het Taoïsme, Lao Tzu schreef hierover het volgende:

The very highest leader is barely known by man.
Then comes the leader they love.
Then the leader they fear.
Then the leader they despise.

The leader who does not trust enough will not be trusted. When actions are performed without unnecessary speech, the people say, “We did it ourselves”.

Waar sta jij in de oude wijsheid? 

Ben jij baas van 
je eigen tijd? Of geef je 
de schuld aan anderen dat 
je het te druk hebt?

erg druk
Je hebt het niet druk je voelt je druk.
Laat die maar eens even bezinken…… Bezonken? Heb je er echt even bij stilgestaan wat die zin betekend? Er staat namelijk dat het je het druk hebt door je eigen toedoen. Er is maar 1 schuldige aan te wijzen van je drukke leven en dat ben je zelf. Wijs maar eens naar jezelf. Dat voelt vast niet prettig.

In de laatste jaren heb ik honderden mensen meegenomen in de wereld van timemanagement in een van mijn workshops. De realiteit van bovenstaande zin komt vaak hard aan. De realisatie dat niet hun manager of het bedrijf de schuldige is van de continue druk, maar hun eigen manier van omgaan met de onophoudelijke stroom van dingen die je moet doen. Van jezelf moet wel te verstaan.

In de westerse wereld waarin wij leven hebben we namelijk nog nooit zo veel vrije tijd gehad als nu. We hebben kortere werkweken. We hoeven niet meer uren lang de was te schrobben. We kunnen de verse groenten gewoon uit de supermarkt halen in plaats van het veld op te moeten. En ga zo maar door. Oftewel tijd zat!

Toch zegt ook mijn oma dat ze vindt dat wij (ik reken mezelf met 37 jaar tot de jongere generatie) het tegenwoordig zo ontzettend druk hebben altijd. We zijn altijd bezig met van alles en nog wat en hebben weinig tijd om even langs te komen. Dus we hebben meer tijd dan ooit en toch voelt het drukker dan ooit. Dit fenomeen is wetenschappelijk te verklaren. Mensen kunnen namelijk niet multitasken. We kunnen heel slecht allerlei zaken tegelijk hebben lopen. Dus whatsappen en praten tegelijk, of je mail beantwoorden en snel even een collega te woord staan, kunnen we eigenlijk helemaal niet zo goed als we zouden willen. Het effect hiervan is namelijk dat we ons heel druk voelen. We voelen ons druk doordat tijd gefragmenteerd is. Het effect van gefragmenteerde tijd (lees multitasken) is zelfs zo desastreus dat we productiever zouden zijn als we alcohol  zouden drinken of zouden blowen tijdens het werk dan als we multitasken. Dus weg met de koffie en kom maar op met een lekker glas wijn. Maar dan moet je wel gaan singletasken: één ding tegelijk met al je aandacht.

Nu we weten waarom we ons zo druk voelen (in plaats van druk hebben), rijst de vraag, waarom doen we onszelf dit aan? Waarom doen we zo ontzettend veel tegelijk? Waarom moeten we overal bij zijn, aan mee doen, goed in zijn en ga zo maar door? Het antwoord is hierop is heel simpel te vinden. Vraag maar maar eens aan de eerst volgende bekende die je ziet hoe het ermee is. Dikke kans dat het antwoord is: druk. Druk betekent tegenwoordig net zo iets als goed. Hoe is het ermee? Goed, druk. Deze woorden kan je gewoon met elkaar verwisselen. Druk is een status symbool geworden. Het is goed om het druk te hebben. Het is het beste sociaal wenselijk antwoord wat je kan geven. Want stel je eens voor als je het tegenovergestelde zou zeggen. Hoe is het? Super relaxed! Ik ben echt helemaal relaxed. Wat denk je dat je collega’s van je zullen vinden? En je zegt het niet een keer, maar iedere dag zeg je weer dat je super relaxed bent. Ik ben benieuwd hoe lang je dit durft vol te houden. Of je het ook durft als je manager voor je neus staat.

De oplossing? Doe alles wat je doet met echteaandacht en ben trots op jezelf als je kan zeggen: ik ben super relaxed.

Bedrijfsrisico #1: alle neuzen dezelfde kant op

neuzen dezelfde richting
Er was eens een groep mensen. Deze mensen hadden allemaal een eigen mening, eigen ideeën en allerlei verschillende overtuigingen. Ze waren bezig met wat ze zelf goed leek om te doen. Soms waren ze het met elkaar eens en soms ook totaal niet. Ondanks hun verschillen genoten ze van elkaars aanwezigheid. Doordat ze andere meningen en ideeën hadden konden ze van elkaar leren. Het was leuk om anders te zijn, mooi om een individu te zijn. Als groep profiteerde ze van al hun individuele kwaliteiten.

Toen kwam er iemand die zichzelf introduceerde als meneer baas. Meneer baas was een man met allerlei doelen die hij precies wist te vertellen aan de groep. Zijn doelen waren soms relevant voor de groep en soms ook niet. Hij was overtuigend in zijn spreken en handelen en wist de groep te overtuigen van het voordeel van zijn idee. Een voorwaarde om het idee te kunnen uitvoeren was wel dat iedereen er volledig achter moest staan. Eigen meningen en ideeën waren even niet zo belangrijk want er was belangrijker werk aan de winkel, zo vertelde meneer baas. Meneer baas zijn werkwijze was gelukt: alle neuzen stonden dezelfde kant op.

Terwijl er hard aan het doel werd gewerkt ontstond er frictie in de groep. Iemand had namelijk in zijn hoofd gehaald om ondanks het grote doel van meneer baas een eigen initiatief te starten. Een eigen idee op te volgen wat hem leuk en nuttig leek. Ai, wat een fout. De groep baalde er van dat iemand zijn neus de andere kant op wees. Zo kwamen ze natuurlijk nooit op hun doel.

Maar terwijl deze eigenwijze persoon zijn neus de andere kant op stond, zag hij ineens dat de wereld om hun heen was veranderd. Een neus zit immers dicht bij de ogen en doordat hij zijn neus bewoog zag hij opeens ook veel meer. Hij zag niet één maar heel veel redenen om niet steeds dezelfde richting op te kijken. Hij zag bedreigingen die hun beslopen en allerlei kansen die rijp waren op te plukken. Het was overweldigend en spannend om de andere kant op te kijken. Wat was er veel mogelijk! Maar ja, meneer baas wilde er niks van weten. Hij dreigende hem uit de groep te zetten. We hebben mensen nodig die mijn doel willen bereiken, zei hij. Als je zo nodig jezelf wil ontplooien dan doe je dat maar ergens anders.

Misschien ken je deze persoon die de andere kant op keek. Misschien ben je deze persoon zelf wel. Durf jij te blijven kijken naar al die bedreigingen en kansen? Durf je, in plaats van achter een doel aan te rennen, open te staan voor wat ‘nu is’? Durf je jezelf uniek te laten zijn?

Laten we het gezegde ‘alle neuzen dezelfde kant op’ veranderen. Ik weet er een paar:
– Twee neuzen naar dezelfde kant is er een te veel
– Een neus die de andere kant op wijst heeft een neusje voor iets nieuws
– Beter maar één neus naar dezelfde kant, dan tien die ook niet ruiken wat er achter hun gebeurt

Dit artikel is ook gepubliceerd op Coachlink.nl

Vertrouwen op je onderbuikgevoel, is dat iets wat je kunt leren?

ouwe fietsIedere dag fiets ik op mijn oude rommelbak naar mijn werk en vervolgens weer naar huis. Dit doe ik al jaren en ik ken de weg uit mijn broekzak. Rechtsaf bij het grasveld, onder de tunnel door bij het ziekenhuis en daarna over de weg met zo ontzettend veel drempels. Je zou kunnen zeggen dat het fietsen een automatische handeling is geworden. Een handeling die puur bedoeld is om me te verplaatsen. Vijftien minuten heen, vijftien minuten terug. Iedere dag.

Toch is fietsen voor mij veel meer dan me verplaatsen. Het is niet alleen een training voor mijn lijf, maar ook een training voor mijn innerlijke verbinding. Fietsen is voor mij een dagelijkse oefening om te handelen naar mijn, soms niet te bevatten, onderbuikgevoel. Mijn fietstocht gaat namelijk heel vaak niet rechtsaf bij het grasveld of onder de tunnel door bij het ziekenhuis. Soms zie ik zelfs helemaal geen grasveld of een tunnel, maar wel een hele grote eik waar een tak van afgebroken is. Of een vrouw die met een tweelingkinderwagen door de regen loopt en daar erg van geniet. Ik fiets een route die volledig gestuurd wordt door wat mijn onderbuikgevoel aangeeft. Ik leg niet de route af die mijn hoofd logisch zou vinden, maar een route bepaald door verbinding met iets dieper in me.

‘Hier rechts’, zegt mijn onderbuik in een fractie van een seconde. Mijn hoofd bemoeit zich er dit keer mee en wil rechtdoor gaan omdat ik al laat ben. Het eten staat vast al op tafel. Ik twijfel en kijk achterom. Er fietst iemand vlak achter me. Die zal het vast raar vinden als ik me opeens weer omdraai. Een extra drempel om naar het gevoel van mijn onderbuik te handelen. Het is erg makkelijk om nu gewoon door te fietsen en tegen mezelf te zeggen dat ik een andere keer wel weer naar mijn gevoel ga handelen. Mijn hoofd dreigt te winnen met deze rationele overweging. Ik rem. Draai me om terwijl ik word ingehaald door de fietser die achter me reed en sla alsnog de weg in die mijn onderbuik me had aangegeven. Ik voel me trots. Ik heb weer geluisterd naar mijn onderbuik. Ik heb interne verbinding gemaakt. Ik kan vertrouwen dat ik luister en handel naar mijn gevoel.

Op mijn oude rommelbak maakt het misschien niets uit of ik wel of niet goed verbinding maak met mezelf. Thuis kom ik toch wel. Door oprecht naar mijn onderbuik te luisteren in deze situatie heb ik geleerd om dit gevoel veel beter te herkennen en ernaar te luisteren in andere situaties. Maar vooral heb ik geleerd dat ik volledig kan vertrouwen op dit gevoel. Het gevoel dat me via een onbekende route ook brengt naar waar ik wil zijn. Het gevoel waar ik heel veel zelfvertrouwen van krijg door er naar te luisteren. Het gevoel dat ‘is’, zonder oordeel.
Dit artikel is gepubliceerd in Coachlink Magazine juni 2015. Het magazine gratis bestellen kan hier.